Goed onderwijs... Zo doen wij dat

Groep 1/2

De dagen in groep ½ lopen allemaal volgens een vaste structuur. Om die structuur duidelijk te maken voor de kinderen hangen er in de klas dagritmekaarten. die aangeven welke activiteiten er wanneer zullen plaatsvinden. Enkele van die vast onderdelen op de dag zijn.

De Kring

Aandacht voor taalontwikkeling (zoals woordenschat), rekenvaardigheid (tellen, meten,) muziek, kathechese en algemene ontwikkeling (zoals de dagen van de week, thema’s )

De Werkles

Elke leerling kan op zijn of haar eigen niveau bezig zijn met verschillende activiteiten. Soms is de keuze van de acitiviteit vrij, maar vaak ook krijgen de leerlingen eerst een opdracht van de leerkracht.  Alle activiteiten staan voor de leerlingen overzichtelijk op het planbord.

Het Buitenspelen

Buitenspelen is niet alleen goed voor de ontwikkeling van de grove motoriek, maar juist ook voor het leren van sociale vaardigheden tijdens het samenspelen. Samen spelen. , afspraken maken en rollenspel dragen hier aan bij.  Eén keer in de week  (en bij slecht weer wat vaker) spelen de kleuters in het speellokaal. De spelactiviteit wordt hier dan strakker gestuurd door de leerkrachten. Tijdens deze spellessen leren de kleuters zich bewegen door de ruimte (goed voor de ruimtelijke orientatie), maar ook het spelen volgens regels.

De meeste activiteiten bij de kleuters hebben een directe link met het thema waaraan gedurende een paar weken gewerkt wordt.

 

Groep 3 t/m 8

Structuur, duidelijkheid en regels zorgen ervoor dat kinderen zich gauw thuis voelen in onze groepen.

Bij binnenkomst ’s morgens staat de leerkracht bij de deur en heeft voor ieder kind een persoonlijk woordje. De dagindeling hangt in de groepen 3 t/m 6 duidelijk zichtbaar in de klas, zodat kinderen weten wat ze te wachten staat.  Tijdens de lessen maken wij gebruik van het zogenaamde GIP model. Wat er op neerkomt dat de leerkrachten tijdens het werken vaste routes door de klas lopen, zodat alle leerlingen gezien worden. Hebben leerlingen een vraag, hoeven ze niet hun vinger op te steken en eindeloos te wachten tot de leerkracht het gezien heeft.  Door middel van het een blokje met daarop een vraagteken, kan de leerkracht tijdens zijn rondje door de klas zien dat deze leerling een vraag heeft en de leerling helpen wanneer ze bij zijn tafeltje aankomt. De leerling kan intussen verder werken met de zekerheid dat de leerkracht straks bij hem komt. Hier staat ook het stukje “uitgestelde aandacht” centraal.  De leerling hoeft niet te “schreeuwen” om aandacht, maar weet dat hij aan de beurt is wanneer de leerkracht tijdens haar route bij de tafel van de leerling komt.

De leerlingen leren hun werk plannen doordat we ook gebruik maken van een time-timer. Deze geeft de tijd aan die de leerlingen nog hebben om hun werk af te maken. 

 In de ochtend komen de basisvakken aan de orde zoals rekenen, taal, spelling en vaak ook de zaakvakken (aardrijkskunde, geschiedenis, natuur). In de middagen is ruimte gemaakt voor Gymnastiek, Creatieve vorming, muziek, drama en sociale vaardigheidstraining.  

Sociale vaardigheden

Voor die training maken wij gebruik van de kanjertraining. Kinderen leren dat ze in de sociale omgang bepaalde rollen kunnen aannemen (plaaggeest, angsthaas, grapjas), maar dat ze er ook bewust voor kunnen kiezen om  een andere rol aan te nemen. De kanjertraining maakt gebruik van 5 basissregels.